donderdag 29 december 2011

Life and death and detachment

Opeens geïnspireerd tot een blog over een avond tijdens de retraite die ik in Lumbini heb gedaan. Elke avond was er ' Dhammatalk'. De dhammatalk werd gehouden door Vivekananda, het hoofd van het Panditarama International Vipassana Meditation Centre. Om precies te zijn: ik heb er 72 dagen in stilte doorgebracht. Inzichtsmeditatie beoefenend, een gesprekje van 10 minuten met Vivekananda of de Birmese non per dag.
Vorige week heb ik deze retraite beeindigd om deze week het centrum wat te ondersteunen met het maken van een overzicht van alle ' retreatants'  van het afgelopen jaar, en een analyse van de mediterenden van de afgelopen jaren. Dit jaar waren er 219 yogi's (zo worden we in Birma genoemd), van 36 verschillende nationaliteiten.
De leeftijden varieren van 17 tot 72 jaar, circa 50 yogi's waren hier niet voor het eerst. Zoals ik hier niet voor het laatst geweest zal zijn, vermoed ik. We waren de afgelopen maanden steeds met zo'n 20-30 collega's.

Maar ja, nu ik hier geweest ben, weet ik dat het volstrekt geen zin heeft om uitspraken te doen over de toekomst. En het verleden is geweest. Wat overblijft is nu, en dat is mooi.

Vivekananda had ik gevraagd om eens wat in te gaan op de dood. Zo'n onderwerp dat we bij voorkeur omzeilen of met een grote boog omheen lopen. Maar we worden ermee geconfronteerd. Bovendien is het een van de drie kenmerken die in de meditatie steeds weer naar voren komen: tijdelijkheid der dingen. Niks blijft, het is verspeelde energie om te doen of het wel zo is. Merk ik. Nu hoor ik een vriendin angstig denken of ik dan nu alle attachments heb losgelaten. Maar dat is niet de issue, heb ik gemerkt. Misschien zijn mijn vriendinnen en vrienden en familie nog wel dierbaarder dan ze al waren. Misschien hoef ik minder te krijgen en is er meer te geven. Who knows.
Die andere twee kenmerken zijn overigens non-self en nonsatisfactoryness (meer willen is de mens eigen).

Die avond dus. Ik dwaal af. Death. Het was grappig wat hij deed, dat had hij nog niet eerder gedaan: Hij nam een boek, zoals meestal eentje uit de Pali-canon, de oudste waarschijnlijk meest authentieke teksten van de boeddha, en vertelde wat daar over de dood stond. ' My death is inevitable. Of my death I can be sure' . En toen moesten we dat hardop ook zeggen. Natuurlijk ging ik giechelen. Nog een keer.
Het zweet brak me uit, eventjes, om plaats te maken voor een vorm van concentratie en rust.
Eigenlijk heel prima om te weten dat je dood gaat, dat maakt dingen die er werkelijk toe doen veel belangrijker, er ontstaat een ' sense van urgency'  om te bekijken wat belangrijk is. Voor mij is dat leven zonder spijt, ik wil rustig dood kunnen gaan en rustig in de spiegel kunnen kijken, wetend dat ik niemand, incluis mijzelf,  heb bedrogen en het goede geprobeerd heb. Materiele zaken zitten niet echt in mijn rijtje. Dat wist ik al langer, maar het is fijn om daar ook consequenties aan te verbinden anders worden het van die holle woorden.








Geen opmerkingen:

Een reactie posten