"Gekomen om te gaan", dacht ik gisteravond terwijl ons vliegtuig naar de aankomsthal taxiede.
Mijn dierbare reisgezelschap heeft die woorden ook wel eens gebruikt. "We zijn als wuivend graan, gekomen om te gaan". Hoe leg je anica uit, vergankelijkheid, tijdelijkheid. Ik weet niet waar deze uitdrukking vandaan komt. Hoewel een prachtig beeld, begreep ik de beeldspraak niet. Het wuivende graan, breng ik niet als eerste in verband met de dood en met het voorbijgaan.
Wuivend graan staat voor mij voor 'resilience', veerkracht, terugveerkracht.
En sinds kort, sinds we vier-elementen meditatie hebben gedaan, met de wind.
Het windelement is een van de vier elementen waaruit materie bestaat volgens de Boeddhistische leer (volgens de Chinese geneeskunst zijn er vijf elementen, zij hebben er hout bij gevoegd).
De vier elementen zijn aarde, water, vuur, wind. Elk element kent een aantal kenmerken of karakteristieken van materie. De wind is kracht en tegenkracht, duwen en ondersteunen, druk en tegendruk.
Support. Pushing. Support. Pushing.
De functie van het windelement is 'dragen', carry. De manifestatie is bewegen. Zoals een blad door de lucht dwarrelt, zoals een pendulum heen en weer gaat, zoals je lichaam schommelt terwijl je zit en zoals de zwaartekracht wordt weerstaan (pushing) door een opwaartse kracht (supporting). Iedereen heeft er eigen beelden en ervaringen bij.
Dat is voor mij de wind, het luchtelement, waarin het graan wuift. Slowly, slowly, soms bijna tegen de grond, soms stil rechtop, soms heen en weer deinend of nauwelijks bewegend, maar altijd dynamiek.
Zoals je ergens vandaan komt en er weer naar terug wil keren, from en to. En elk moment is het punt van waaruit wordt gegaan en gekomen een ander punt.
De volgende keer dat ik naar Myanmar ga, dan is dat vanuit een ander vertrekpunt.