Morgen ga ik naar een conferentie over 'Spirituele Crisis'. Sinds ik dat weet is die terminologie door mijn hoofd aan het gaan. Spiritualiteit als het ene woord. En crisis als het andere woord. Wat moet ik me er bij voorstellen?
Spiritualiteit als woord zegt me niet zoveel. Ik weet niet wat daar mee bedoeld wordt. Natuurlijk heb ik, zoals heel veel mensen, belevingen die we in zogenaamd weldenkende kringen, niet benoemen. Een belangrijke gebeurtenis heb ik eens aan een leraar van mij verteld. Ze vroeg: heb je dat al eens aan iemand anders verteld? "Neen", zei ik. "Ze zouden me voor gek verslijten."
Vandaag durfde ik het aan een vriendin een gebeurtenis te vertellen die zich voordeed in mijn retraiteperiode in Lumbini. Het heeft met dieren te maken. Ervaringen met een slang op mijn kamer. Die slang heb ik wel verteld aan de leraren. Er was ook iets met katten. Dat vertelde ik deze vriendin vandaag. Ik merkte hoe onzeker ik er van werd. Een dualiteit van aan de ene kant een innerlijke overtuiging die niet op zichzelf staat en aan de andere kant de gedachte 'wat een klinkklare onzin, zit niet zo te raaskallen'. De vriendin luisterde. En gaf gelukkig geen commentaar.
Gebeurtenissen. Gewone ervaringen die ik blijkbaar een betekenis geef die groter is dan het gebeurtenisje op zich zelf. Misschien gaat het om die grotere betekenis. En zouden we die grotere betekenis dan iets van een spiritueel bewustzijn kunnen noemen. Maar nog is de vraag, wat is dat dan?
Aan de ene kant denk ik, ja maar, dat is mijn eigen fabricaat, de betekenisgeving, een mentaal proces, concepten. Aan de andere kant is de ruimere betekenis dan het feit op zich misschien wel een start. De aanname dat er geen op zich staande feiten bestaan. En als je 'goed' kijkt, dat je dat ook kan zien. En als je dat kan zien, dan zie je of weet je dat dingen veel meer met elkaar verbonden zijn dan we denken.
Volgens een neurowetenschapper die heel bewust haar eigen hersenbloeding meemaakte en daar op gloedvolle wijze op Tedx verslag van doet, heeft dat verbindende bewustzijn te maken met de afwezigheid van een functionerende linker hersenhelft. Als die het niet doet, krijgt de rechterhersenhelft volop ruimte. En die rechter hersenhelft zorgt voor indringende en verruimende gewaarwordingen van verbondenheid en liefde. Dat was haar ervaring.
Wat zegt mij dat? Wat betekent dat? Waardoor komt dat?
Is die verbondenheid en die liefde er altijd? Is die door onze overheersende westerse-linker-hersenhelft-wereld, onder geschoven, onwaarneembaar geworden. Of is het een stofje dat vrijkomt als al die linkerhelft activiteit minimaliseert. De vraag is eigenlijk, wat de input is van die gewaarwordingen.
Ik heb altijd gedacht dat het een product is van de hersenen zelf. Maar het zou ook wel eens een grotere ontvankelijkheid kunnen zijn voor dingen die we anders niét kunnen waarnemen. En die ontvankelijkheid wordt blijkbaar groter als het linker deel van de hersenen het wat kalmer aan gaat doen.
Dat klopt eigenlijk wel met mijn eigen meditatie ervaring. Je kan het ook zien aan de gezichten van mensen. Hoe gedurende een langere episode van vipassana meditatie, de standen van ogen en wenkbrauw veranderen, meer gaan harmoniëren. Zelf voel ik het in mijn hoofd en zie ik het terug in mijn pupillen.
Daar zitten heel veel kanten aan.
Verbindingen waarnemen die 'normaal gesproken' verborgen blijven voor onze meer fijnere waarnemingen. Fijnere waarnemingen die plaatsvinden omdat allerlei verdedigingswerken in de linkerhersenhelft smelten.
Zo zie ik dat een beetje. En dan heeft mijn kattenverhaal helemaal geen raaskal-gehalte meer. Van katten weten we dat ze veel fijnbesnaarder zijn dat wij zijn.
Nadat het vele jaren in de kast had gestaan, ging ik vorige week naar de dvd 'What the bleep do we know' kijken. De opname was moeilijk te verstaan, de boodschap verpakt in een wat vaag verhaal van iemand die overal opduikelt maar eigenlijk niet echt een verhaallijn weergeeft. Een aantal wetenschappers aan het woord. Wat me het meest bijbleef was een minimale subrapportage over de invloed van emoties op watermoleculen.
Spiritualiteit. Een woord. Ik kom dus uit bij spiritueel bewustzijn. Eigenlijk bij bewust zijn van verbinding die we niet altijd zien. Ontvankelijkheid. Gordijnen die opengaan. Van mist die zich oplost. En landschappen die zichtbaar worden. Die je anders niet kan zien. Je kan het spiritualiteit noemen. Maar dat is maar een woord.
De helderheden brengen andere landschappen in beeld. En soms de wereld, en soms het lijden van de wereld en soms de oorzaak van dat lijden van ons allen.
Het tweede woord is crisis. Crisis in de context van transformatie. Daar kreeg ik ook zoiets bij, van waar hebben ze het over. Transformatie hoeft toch geen crisis te zijn. Een crisis is er alleen bij de gratie van de gedachte, de wens of het verlangen dat het 'goed' moet zijn. En dat 'goed', daaraan is een gehechtheid en er is een afkeer van niet-goed.En omdat dat vaak heel sterk is, is er crisis. Maar je kan het ook dragen. En doormaken. En meemaken en doorwerken. Prettig of onprettig, zwaar of licht, snel of langzaam.
Over persoonlijke crises in mijn leven, daar moet ik over nadenken. Er zijn tijden van donkerte geweest, er zijn heftige moeilijke emoties geweest, er zijn gedachten geweest die doodliepen en gevoelens van beklemming, tekortschieten en ongeluk. Er zijn momenten geweest van enorm diep gaan. En toch zou ik het niet als crisis benoemen. Eerder als onwetendheid.
Dat geldt zowel voor de psychoanalytische setting die ik een tijdje heb meegemaakt als ook voor de vipassanameditatie.
Maar tussen die twee zitten grote verschillen. Waarbij er elementen in de psychoanalyse zitten die helpen om naar de mind te leren kijken, om op te merken wat er zich voordoet aan gedachten of associatieve reeksen.
In de Vipassana geldt dat echter vele keren sterker. Bij de een ga je de inhoud in, met een analyticus en de beperkingen van zijn referentiekader en diens persoon. Bij de ander ga je niet de inhoud in, en lossen de dingen zich op. Versterkend, inzichtgevend, opruimend, bevrijdend en ondersteund door 10 minuten interviews.
Ik heb psychoanalyse wel eens onethisch genoemd. Daar zijn meerdere redenen voor. Eentje is dat de psychoanalyse rond egoversterking draait en dus ellende bezorgend kan zijn, een andere is dat het bijdraagt aan een voortduring van onwetendheid en nog een is dat de grondslag van het geluk ongeluk voortbrengt. Er zijn meer redenen. Die gelden denk ik voor de hele westerse psychologie, met een paar uitzonderingen.
"Nieuwe landschappen".
Zo moet het congres volgend jaar maar gaan heten.